Syndicaal Nieuws

Blijf op de hoogte met ons nieuwsoverzicht

Begrotingsakkoord Arizona: wat betekent dit voor werknemers?

Begrotingsakkoord Arizona: wat betekent dit voor werknemers?

Na het Paasakkoord in april en het Zomerakkoord in juli ligt er nu ook een meerjarenbegroting op tafel van de regering-De Wever-Bouchez. In totaal gaat het om 9,2 miljard euro bijkomende sanering tegen 2029. Op basis van de genomen maatregelen is het voor ons duidelijk: het grootste deel van de factuur wordt doorgeschoven naar werknemers, zieken en gepensioneerden. De grote vermogens en de bedrijven worden ontzien.

Hieronder lichten we de belangrijkste maatregelen toe, met focus op de concrete gevolgen voor de werknemers.

  1. Koopkracht: wie werkt gaat er niet op vooruit!

Index onder vuur

In 2026 en 2028 komt de regering tussen in de indexering van de lonen.

  • Lonen tot 4.000 euro bruto worden geïndexeerd op basis van de huidige sectorale afspraken. Verdien je meer dan 4.000 bruto? Dan wordt alles daarboven niet meer geïndexeerd.
  • Voorbeeld: Je verdient 5.000 euro bruto en de index is 4 %. Normaal zou je loon met 200 euro stijgen (4 % van 5.000). Met de centenindex krijg je maar 160 euro (4 % van het plafond van 4.000). Je verliest dus 40 euro indexering, elke maand opnieuw en dat voor de rest van je carrière.

Het bedrag dat zo uitgespaard wordt gaat voor 50 % naar de overheid en voor 50 % rechtstreeks in de zakken van de werkgever. Aangezien het mediaanloon rond de 4.000 euro ligt, raakt dit de helft van alle werknemers. Voor pensioenen en sociale uitkeringen geldt dezelfde logica vanaf 2.000 euro bruto: alles daarboven krijgt geen index meer. Dat raakt één op de drie gepensioneerde werknemers!

Bovenal is dit een fundamentele breuk in het automatische indexsysteem. Formeel blijft de index bestaan, maar de regering schuift een precedent naar voren om de index af te toppen en selectief in te grijpen.

Verhoging belastingvrije som uitgesteld

In het Zomerakkoord werd beloofd dat de belastingvrije som tegen 2029 fors zou stijgen, zodat werken netto meer zou opleveren. Nu wordt 1 miljard euro voorzien voor 2029 gewoon doorgeschoven naar de volgende regering. De grote verkiezingsslogan ‘meer netto voor wie werkt’ wordt dus maar half uitgevoerd. De andere helft volgt – misschien, eventueel, we zien wel – later.

Duurdere facturen via btw en accijnzen

Elektriciteit wordt iets goedkoper, maar aardgas wordt duurder. Op zich is een taxshift van fossiele aardgas naar (hernieuwbare) elektriciteit een goede zaak. Het stimuleert de switch naar duurzame energie. De belastingverhoging is ook beperkt. Voor aardgas zal een gemiddeld gezin jaarlijks zo'n 45 euro meer betalen in 2029 t.o.v. vandaag. De elektriciteitsfactuur zou zo voor een gemiddeld gezin dan weer met 34 euro verlagen in 2029.

Het blijft wel een feit dat vooral de meest kwetsbare gezinnen in slecht geïsoleerde woningen zullen geraakt worden door deze maatregel. Niet iedereen kan zich een warmtepomp permitteren en zo zijn energiefactuur naar beneden halen. Bovendien zal de aardgasfactuur door Europese afspraken de komende jaren nog verder stijgen. In die zin moet het klimaat- en energiebeleid extra aandacht hebben voor gezinnen met minder middelen.   

Er komen ook diverse btw-verhogingen op hotels, campings, sport/ontspanning en take-away (dat moet 633 miljoen euro opbrengen). Er wordt een pakjestaks van 2 euro per levering ingevoerd, voor pakjes van buiten de EU die minder kosten dan 150 euro. Geschatte opbrengst: 300 miljoen euro. Ook dit is geen slechte maatregel, omdat 90 % van dergelijke pakjes uit China komt – die daarmee onze lokale economie ondermijnt.

Conclusie? De regering schermt met het ‘behoud van de index’, maar in de praktijk legt ze een rem op de indexering van lonen en pensioenen én schuift ze de beloofde lastenverlaging in de personenbelasting door naar later. Hoezo wie werkt gaat erop vooruit?
 

  1. Flexibiliteit op maat van de werkgevers

Het begrotingsakkoord bouwt verder op de lijn van het Paas- en Zomerakkoord: de arbeidsmarkt verregaand flexibiliseren en vakbonden buitenspel zetten.  

Nachtarbeid: minder premies voor nieuwe contracten

De regering past de regels voor nachtarbeid aan voor een reeks sectoren (distributie, logistiek, transport en e-commerce, …). In deze sectoren geldt binnenkort een nieuwe definitie van nachtarbeid: van 23u tot 6u (in plaats van 20u tot 6u). Dat betekent dat een deel van het werk dat vroeger als nachtprestatie telde – en waarvoor werknemers dus recht hadden op een premie – nu buiten de nachturen valt. Alle nieuwe werknemers in deze sectoren zullen dus minder premies ontvangen. Opnieuw een daling van de koopkracht dus. Bestaande werknemers blijven trouwens onder de huidige voorwaarden vallen. Maar wat als de werkgever eist dat ze een nieuw contract ondertekenen?

Vrijwillige overuren

De 360 'vrijwillige' overuren tellen niet mee voor de interne grens. Al deze overuren tellen dus niet mee om na te gaan of een werknemer eerst inhaalrust dient op te nemen vooraleer bijkomend overuren kunnen worden gepresteerd. Uit de praktijk blijkt dat dergelijke overuren niet altijd vrijwillig zijn, maar soms onder druk worden opgelegd. Dat is dus niet altijd een goede zaak voor de werk-privébalans van werknemers.  

Deeltijdse contracten

De minimumduur van een arbeidscontract wordt verlaagd naar 1/10 van een voltijdse job (nu is dat 1/3). Dat opent de deur naar hyperflexibele mini-jobs van enkele uren per week, met alle gevolgen voor inkomenszekerheid.

Flexi-jobs

Flexi-jobs worden mogelijk in alle sectoren, tenzij er op sectoraal niveau wordt gekozen voor een opt-out (de werkgevers zitten in een zetel, wat zonder hun goedkeuring is geen opt-out mogelijk). Door de veralgemening van flexi-jobs komt onze sociale zekerheid nog meer onder druk en worden vaste contracten steeds minder de norm. En dan maar klagen dat onze sociale zekerheid onbetaalbaar is … 

Geen steun meer voor collectieve arbeidsduurvermindering

Aan de subsidies voor bedrijven wil de regering nauwelijks raken. Behalve aan deze: de RSZ-korting voor arbeidsduurvermindering wordt afgeschaft. Dat ontmoedigt sectoren en bedrijven die collectief korter willen werken met loonbehoud.

Conclusie? De rode draad blijft meer flexibiliteit in één richting: die van de werkgever. Onzekerheid en werkdruk nemen toe, vooral in sectoren met onregelmatige uren zoals transport en logistiek.

  1. Pensioenen: langer werken is de boodschap

In het Paas- en Zomerakkoord besliste de regering al om de bestaande pensioenbonus af te schaffen en een nieuw bonus-malus systeem in te voeren vanaf 2026: wie langer werkt dan de wettelijke pensioenleeftijd krijgt een bonus, wie vroeger stopt en geen bepaalde loopbaan kan voorleggen (35 jaar met minstens 156 gewerkte dagen per jaar), krijgt een malus.

Met het begrotingsakkoord wordt de Jambonmalus uitgesteld naar 2027. Maar de essentie blijft wel overeind: wie zijn lichaam heeft opgebruikt in zware jobs en niet aan de strengere loopbaanvoorwaarden voldoet, krijgt levenslang een lager pensioen. Dit treft vooral mensen in fysiek zware beroepen en deeltijdse werknemers – meestal vrouwen, die arbeid combineerden met zorgtaken.

Er zijn ook enkele positieve correcties, ten gevolge van onze vakbondsacties.

  • Ziektedagen worden volledig gelijkgesteld voor de vrijstelling van de pensioenmalus.
  • Het eerste loopbaanjaar blijft meetellen in de voorwaarden voor vervroegd pensioen.
  • Er komen 5 tolerantiedagen over de loopbaan. Zo kan men in een aantal jaren minder dan 156 dagen hebben, maar die toch meegeteld zien voor de loopbaanteller

Conclusie? De pensioenhervorming van Jambon komt neer op minder pensioen voor wie niet kan werken tot 66 en binnenkort 67 jaar. Voor zware beroepen is er helemaal geen aandacht. Vrouwen werken veel vaker deeltijds en zijn de grootste slachtoffers.   

  1. Ziekte en gezondheidszorg

De begroting voorziet ook nog zware besparingen op ziekte-uitkeringen en gezondheidszorg. Langdurig zieken worden strenger gecontroleerd en onder grotere druk gezet om terug aan het werk te gaan, terwijl werkgevers een hogere werkhervattingspremie krijgen.

In de gezondheidszorg wordt de groeinorm beperkt tot 2 %, wat neerkomt op een verdoken besparing: meer druk op personeel en langere wachttijden. Het remgeld bij een bezoek aan de huisarts zal ook stijgen.

  1. En de sterkste schouders?

Aan de inkomstenzijde voert de regering enkele positieve maatregelen in, zoals de verdubbeling van de effectentaks – een belasting op aandelen en obligatieportefeuilles boven 1 miljoen euro. Dat is een maatregel die 460 miljoen euro moet opbrengen. Winst uit een vennootschap halen wordt ook iets duurder. Daarmee onderneemt de regering een voorzichtige poging om de wildgroei aan managementvennootschappen tegen te gaan. Ten slotte moet een nieuwe bankentaks 150 miljoen euro opleveren. Dat zijn stappen in de goede richting, maar het blijft bij lichte ingrepen: een echte miljonairstaks blijft uit.

Ons besluit

Hoe men het ook draait of keert. De essentie is dat ongeveer 60 % van de begrotingssanering komt uit besparingen op sociale zekerheid en gezondheidszorg, terwijl nieuwe inkomsten vooral via BTW, accijnzen en pakjestaks bij de bevolking worden gehaald. Ondertussen wordt nauwelijks geraakt aan de miljarden loonsubsidies voor bedrijven en verdwijnt de helft van de indexbesparing in hun zakken. Ondanks enkele positieve belastingmaatregelen dragen de grote vermogens opnieuw te weinig bij. De zwaarste lasten liggen bij werknemers, zieken en gepensioneerden.

In de woorden van ABVV-topman Bert Engelaar: "Voor ons is dit akkoord geen eindpunt, maar een bevestiging dat de druk op deze regering moet aangehouden worden. De mensen die dit land draaiende houden, hebben recht op respect, niet op een begroting die hen opnieuw de rekening presenteert."